In de toko: hun kwee meel van mungbonen

Voor iedereen die denkt, hunkwattes? Vanja van der Leeden vertelt ons precies wat dit is en wat je er mee doet.

image
Jasmine Vanhevel

Mungbonen

Hunkweemeel (ook wel ‘hunk we’ of ‘hoenkwee’) wordt gemaakt van mungbonen. In Indonesië wordt het voor zoete bereidingen gebruikt, er zit namelijk standaard vanille-essence in. Mungbonen laten zich in Azië ook zeker van hun hartige kant zien. Chinezen maken bijvoorbeeld noedels van het meel, in India gaan mungbonen onder andere in mung dahl. Nog nooit mungbonen gegeten? Je kan het mis hebben; taugé is namelijk de ontkiemde mungboon. Een heilzaam boontje dus, waar je ook nog eens een glutenvrij meel van maakt.

Tjendol

Je vindt hunkweemeel bij de goed gesorteerde toko. Uit traumatische jeugdervaring met tjendol weet ik dat er ‘fliebers’ van gemaakt worden. Tjendol is een exotisch drankje met schaafijs, kokosmelk, Javaanse suiker en die fliebers – Indonesiërs zijn er gek op. Bedwelmd door wierook op de jaarlijkse Pasar Malam zoog ik als kind lustig aan het rietje in mijn tjendol. Tot zo’n snotje mijn keel in glipte. Horror! Die flintertjes maak je door het meel met water tot een dikke pap te koken, waar vaak pandanextract aan wordt toegevoegd voor die felbegeerde en felgroene kleur waar Aziatische ‘patisserie’ om bekendstaat. Die pap wordt door een zeef gedrukt boven een kom ijswater, waardoor kleinere klontjes ontstaan.

Jellykegel

Wat kun je nog meer met hunkweemeel? Na navraag in mijn Indo-netwerk blijkt het ingrediënt in Indische kringen vooral in oldskool-bereidingen voor te komen. Bijvoorbeeld in hun kwe met zoete mais: pakketjes van kokosjelly en maiskorrels, verpakt in bananenblad. Of kwe pisang, een bananenkokospudding, ook wel nagasari genoemd, vaak bereid in een conische vorm. Zo’n lillende jellykegel… Heel indrukwekkend, maar je moet ervan houden. Mijn moeder maak je er blij mee, maar dat heeft vast met nostalgie te maken.

Kwee

Veel Indonesische zoetigheden hebben die kenmerkende drilstructuur, denk aan kwee lapis, de iconische groene of roze laagjespudding. Hoe komt dat? Ten eerste worden ze meestal gestoomd of gekookt (goedkoop, zegt de bekende kok Lonny Gerungan), en daarnaast werkt men met de daar aanwezige meelsoorten, rijk aan zetmeel (rijst-, tapioca-, sago-, of hunkweemeel). Er zijn tal van die ‘koekjes’ en puddinkjes, met allerlei vormen en namen (net onze dropjes, eigenlijk). De basis is vaak hetzelfde, zij het in andere verhoudingen: meel, kokos en Javaanse suiker. De hele groep duid je aan met kwee of kue (‘koek’), wat dus niet specifiek met hunkwee te maken heeft.

Kokoscustard

Wil je zo’n typische Indonesische snack maken, google eens op ‘kue hunkwe pisang’ of ‘hoenkwe sweet corn’. Hier mijn recept voor supersnelle kokoscustard, hij is nog veganistisch ook: verwarm 375 ml kokosmelk op laag vuur in een steelpan. Voeg een handje limoenblaadjes en 50 g Javaanse suiker toe. Laat de suiker smelten en het limoenblad trekken. Meng 2 el hunkweemeel met 2 el koud water glad en roer door de kokosmelk. Verwarm tot de custard begint in te dikken. Haal van het vuur en laat afkoelen. Giet over een sponzige bananencake. Voeg voor een icing (voor op of tussen je cake) 1 extra eetlepel meel toe. Bestrijk de cake ermee en laat afkoelen.

Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Wist je dat